Tekst Jeroen van den Nieuwenhuizen
Foto Erik van der Burgt

In het PPC van PI Vught verblijven psychiatrisch gedetineerden die een hoog risico vormen voor henzelf en hun omgeving. Een nieuwe zorgmethode moet de kans dat het misgaat verminderen. Niet door “platspuiten en opsluiten”, maar juist door het contact te verstevigen. ‘Door intensief met de patiënt bezig te zijn, willen we een hoop ellende voorkomen.’

Niki Kuin
Niki Kuin, klinisch neuropsycholoog in PI Vught
Jantijn Fockens
Jantijn Fockens, directeur Zorg & Behandeling in PI Vught en psychiater bij het NIFP.

Forensic High & Intensive Care (FHIC) is de naam van het nieuwe model voor “relationele zorg” aan psychiatrisch patiënten. Het is een aangepaste vorm van het HIC-model dat zich in de GGZ al bewezen heeft. FHIC heeft zich als een olievlek verspreid in de forensische psychiatrie. Ook het PPC van PI Vught, dat plaats biedt aan 270 patiënten, werkt er sinds 2020 mee. Hier worden psychiatrisch gedetineerden behandeld die bij binnenkomst vaak ernstig ontregeld zijn. Ze zijn psychotisch, suïcidaal of willen anderen iets aandoen.

Op het moment dat iemand in extreme nood binnenkomt, is het zaak de patiënt stabiel te krijgen. Voorheen gebeurde dat vaak door iemand een tijdje af te zonderen in een kale isoleercel. ‘Dit separeren kan misschien bijdragen aan een gevoel van veiligheid voor medewerkers’, stelt Niki Kuin, klinisch neuropsycholoog in PI Vught. ‘Inmiddels is wetenschappelijk onderbouwd dat dit niet bijdraagt aan het verminderen van de psychiatrische ontregeling. Het kan zelfs veel schade toebrengen aan degenen die het moeten ondergaan. Dan neemt de crisis die je wil beheersen juist toe. Door intensief met de patiënt bezig te zijn, willen we een hoop ellende voorkomen.’

Niet geslotener dan nodig

Het FHIC-gedachtegoed is gebaseerd op het idee dat de zorg aan psychiatrische patiënten nooit intensiever of geslotener moet zijn dan nodig. In plaats van dat hoogrisicopatiënten worden “platgespoten en opgesloten”, laten de medewerkers ze juist nauwelijks alleen in een zo huiselijk mogelijke setting. Niki legt uit: ‘De kern is het opbouwen en behouden van contact, door iemand het gevoel te geven: wij helpen je uit deze crisis. Eén van de onderdelen van de werkmethode is presentie: als medewerker maak je contact, toon je interesse en verdiep je je in de persoon tegenover je. Heb je meer rust nodig? Kunnen we iets doen om te voorkomen dat het misgaat? Verder proberen we de familie zoveel mogelijk bij de behandeling te betrekken. Zij weten vaak beter dan wij hoe je vroegtijdig kunt signaleren dat het niet goed met hun naaste gaat en hoe je dan op tijd kunt ingrijpen.’

'Een goede behandeling is pas mogelijk bij voldoende aandacht voor veiligheid'

Jantijn Fockens is directeur Zorg & Behandeling in PI Vught en psychiater bij het Nederlands Instituut voor Forensische Psychiatrie en Psychologie (NIFP). Hij legt graag uit waarom FHIC in PI Vught en 17 andere forensisch-psychiatrische instellingen in Nederland is ingevoerd: ‘De PPC’s binnen DJI zijn ontstaan als afdelingen voor mensen die in de gevangenis zitten, maar eigenlijk in een psychiatrische kliniek thuishoren. De gedachte erachter was dat mensen primair recht hebben op goede zorg. Dit denken is de afgelopen jaren fundamenteel veranderd. In een aantal inspectierapporten is onderzocht of de zorg en behandeling die PI Vught heeft geleverd, voldoende heeft bijgedragen aan het terugdringen van het recidiverisico. We hebben toen gezegd: als veiligheid onze primaire opdracht is, dan weten wij als gedragsdeskundigen hoe we dit het beste kunnen borgen. Niet door repressie, maar door contact.’

Cultuurverandering

Volgens Jantijn is daar een cultuurverandering voor nodig: ‘Tien jaar geleden werden medewerkers geworven met de mededeling: je hoeft niet te weten wat iemand die hier wordt behandeld heeft gedaan. Maar als je het recidiverisico wilt verminderen, móet je het juist over het delict hebben, ook om risico’s beter in te kunnen schatten. Met behulp van het FHIC-model hebben we ons behandelaanbod opnieuw uitgewerkt. En dan merk je al snel dat het iedere medewerker raakt. Collega’s van de visitatie hebben nagedacht over toepassing van het “eerste-vijfminutenmodel” voor een gastvrije ontvangt van mensen. Die ontvangst is belangrijk om een goede start te maken. En het interne bijstandsteam heeft nagedacht over wat het principe van contact houden betekent als zij iemand tijdens een dwangbehandeling moeten fixeren: hoe ga je dan naast iemand zitten en leg je uit wat er aan de hand is?’

'We maken zo nodig gebruik van isoleercellen, boeiregimes en meermansbenaderingen. Maar wel vanuit de overtuiging dat we daarna weer contact kunnen maken'

FHIC motiveert

Vraagt zo’n cultuurverandering niet heel veel van medewerkers? ‘Zeker’, erkent Niki, maar ze zegt er meteen bij dat FHIC motiveert: ‘In het begin waren veel mensen sceptisch. Ze zagen FHIC als een model om de lieve vrede te bewaren. Maar wie er eenmaal mee ging werken, werd al snel enthousiast. Het geeft medewerkers meer handvatten om samen te kijken wat de patiënt nodig heeft om een stap richting herstel te zetten. Er is ook meer ruimte om uit te proberen wat werkt. Het is op een andere manier intensief dan voorheen. Nu ben je veel meer met de patiënt bezig, maar daarmee voorkom je ook weer ellende die je vervolgens moet repareren.’

Stapje voor stapje verbeteren en het risicobeeld bijstellen, daar richt FHIC zich op. Buiten de lijntjes denken wordt gestimuleerd. Zo vertelt Jantijn over een jonge patiënt die ieder contact met anderen uit de weg ging. ‘Dit veranderde toen een collega had bedacht dat het weleens een goed idee kon zijn om haar hond mee te nemen naar de afdeling. De jongen stapte er gelijk op af en begon de hond te aaien. Langzaam maar zeker werd er steeds meer contact mogelijk.’ Bij een andere patiënt was een cello de manier waardoor een patiënt zich meer op zijn gemak ging voelen. Jantijn: ‘Uit gesprekken met familie waren we erachter gekomen dat de patiënt vroeger cello had gespeeld. Dus regelden we dat hij kon spelen. We zagen hem ontdooien.’

Niks geitenwollensokkerigs

Veiligheid door contact; Jantijn beseft dat er mensen zijn die jeuk krijgen van die term. ‘Maar er is niks geitenwollensokkerigs aan. Er gaat een groot risico uit van de mensen die we hier binnenkrijgen. We zitten niet samen rond het kampvuur. Het begint met veiligheid en vandaar kijken we verder: hoe kunnen we contact maken, welke handelingen horen daarbij en wat zijn de volgende stappen? Er wordt vaak een beeld geschetst dat te veel aandacht voor zorg ten koste gaat van de veiligheid. Die tegenstelling is er niet. Een goede behandeling is pas mogelijk bij voldoende aandacht voor veiligheid. Dus ja, we maken zo nodig gebruik van isoleercellen, boeiregimes en meermansbenaderingen. Maar wel vanuit de overtuiging dat we daarna weer contact kunnen maken en goed kunnen behandelen. Júist om de veiligheid te versterken.’

Jantijn Fockens en Niki Kuin
Jantijn Fockens en Niki Kuin: 'Stapje voor stapje verbeteren en het risicobeeld bijstellen, daar richt FHIC zich op. Buiten de lijntjes denken wordt gestimuleerd.'